
Veilig genoeg om… te voelen dat er onvoorwaardelijk van je gehouden wordt
In de wachtkamer neem ik direct de spanning waar. Het meisje zit met een strak gezicht, hoge schouders en gespannen spieren op grote afstand van vader. Ondanks dat we elkaar goed kennen en een fijn contact hebben, ontwijkt ze oogcontact als ik haar groet. Vaders schouders hangen juist wat en hij kijkt me een beetje hulpeloos aan.
In mijn kamer probeer ik eerst wat spanning te laten zakken door ons te richten op de warme drank en aan te geven dat ik blij ben ze weer te zien. Het blijft echter stil bij vader en het meisje. Dan benoem ik maar wat ik zie en vraag of er misschien iets gebeurd is. Vader wipt op en kijkt me hoopvol aan. Het meisje wipt op en ziet er nog meer gespannen uit. Ze zegt: ‘Ik wil het er niet over hebben, maar ik voel me wel een 10 rot bij de ijsschotsen, de zandstorm én de vulkaan. Heb jij daar een oplossing voor zonder te hoeven praten? Ik ga niet vertellen wat ik heb gedaan.’
Ik merk een verandering op in mijn autonome staat. Dat ik me gedreven voel tot actie en het verwerven van meer duidelijkheid door te vragen en te praten. Deb Dana leerde me echter dat dit eigenlijk niet een vraag is naar een oplossing, maar een vraag naar regulatie. Dus geef ik terug dat het me heel ingewikkeld lijkt om zoveel tegelijk te voelen en dat het dan soms juist slim is om dingen te gaan doen in plaats van praten.
En dus gaan we op zoek naar regulatie. We doen spelletjes die via beweging, ademhaling, zintuigen en verbinding veilige signalen bieden en spelen daarbij met veel en weinig energie. Ze blazen een veertje op tafel in elkaars doel en vervolgens samenwerkend op een schoteltje. Er komt kleur op hun gezicht, de spieren vinden weer wat ontspanning en er is af en toe een lach. Ze stemmen af, kijken elkaar aan en delen plezier als het is gelukt.
Vervolgens gooien we natte propjes op de deur en spelen met kracht en energie tussen 0 en 10 en voelen wat het fijnste is. En dan stappen ze samen in het wildwaterbootje vlakbij de vulkaan. Ze zitten achter elkaar op de yogamat op de wilde rivier, moeten zich heel stevig vast houden en alle spieren aanspannen voor het wilde water. Dan zijn ze voorbij de waterval en komen ze in rustiger vaarwater terecht, op een hele fijne plek. Ze kunnen hun spieren ontspannen en om zich heen kijken. Het meisje ontspant, leunt tegen vader aan en beeldt zich een fijne plek in in het groene gebied waar de rivier uitmondt.
Ook haar gevoel van veiligheid komt op een punt dat ze veilig genoeg is om te voelen, te praten en haar binnenwereld te tonen. Er komen veel tranen. Ze zegt: ‘Ik huil een beetje, omdat ik zo blij ben dat ik kan voelen dat papa me ondanks alles toch weer een kans geeft.’ Ook vader wordt wat emotioneel en eindelijk vinden zijn woorden en gebaren grond bij het meisje. ‘Wat er ook gebeurt, ik houd sowieso altijd van jou.’
De volgende keer vertelt ze dat ze iets belangrijks heeft ontdekt. Ze heeft uitgevonden dat bijna niets in het leven een 10 is of 100%. Bijna niemand in de klas haalt een 10 voor een toets, 100%NL draait maar 80% Nederlandstalige muziek en 100% pindakaas bevat niet 100% pinda’s. ‘En ik hoef ook niet 100% perfect te zijn!’
En zo is het. Er zit van alles tussen 0 en 10, niets is zwart-wit of perfect, er zijn veel verschillende kleuren, plekken en nuances op de kaart en als we daar flexibel tussen kunnen bewegen staan we veel veerkrachtiger in het leven.