
Terug naar voelen – veilig reizen uit het ijsblauwe gebied
Ze is een volwassen vrouw. Sterk, zorgend, maar ook iemand die in haar jeugd veel tekort is gekomen. Ze heeft weinig veiligheid ervaren, is weinig gezien, terwijl ze als oudste kind zo hard haar best deed om voor haar broertje te zorgen. Ze ging door, paste zich aan en overleefde vooral.
Nu is ze moeder en gunt haar zoon een andere moeder dan ze zelf heeft gehad. Ze werkt daar keihard voor. Na een scheiding stapelen de problemen zich echter op. De combinatie van werken en zorgen, financiële problemen en rouw is te veel. Haar systeem raakt overbelast. Ze voelt zich overprikkeld en haar lontje wordt korter.
De wereldkaart van Mijn Wereld helpt haar om haar (autonome) reis helder te krijgen. Terugkijkend was ze lange tijd in het oranje gebied van vechten en vluchten. Dat kost zoveel energie, dat niemand dat voor altijd kan volhouden. Nu is er geen energie meer om te vechten of vluchten. Ze voelt zich leeg en afwezig. Haar benen stoppen soms letterlijk om haar te dragen. Ze voelt zich falen en waardeloos. Ze is in het ijsblauwe gebied beland (dorsaal vagaal).
Toch zorgt ze wel, regelt en staat op – maar van binnen voelt ze zichzelf nauwelijks. Alsof ze achter glas leeft. Voelen is te veel geworden. Haar zoontje merkt het. Hij zoekt haar blik, haar aanwezigheid, haar aandacht, klampt zich vast, daagt haar uit. Niet omdat hij lastig wil zijn, maar omdat hij zich belangrijk en verbonden wil voelen. Zijn zenuwstelsel zoekt het hare.
Terwijl zij in het ijsblauwe gebied zit, ontregelt hij met sympathische energie in het oranje gebied. Ze weet dat hij haar nodig heeft. Ze voelt echter dat ze eerst zichzelf weer moet gaan voelen. Met behulp van de wereldkaart en uitleg van de werking van het zenuwstelsel, lukt het om zacht te zijn naar zichzelf en is haar autonome reis niet een verhaal van falen, maar een verhaal over een lichaam dat te lang sterk moest zijn.
We zoeken naar veilige routes, waarbij ze weer langzaam gaat voelen en energie aan haar systeem toevoegt, zodat ze het groene gebied weer kan vinden. Want daar is de plek waar rust, nieuwsgierigheid en contact mogelijk zijn.
Ze doet een stapje terug en legt haar zoontje uit: “Als ik mezelf beter kan voelen, kan ik jou ook weer beter voelen.”
Langzaam ontdooit het ijsblauw. Niet in één keer, maar in golfjes. Ze leert zichzelf en haar zoontje dat gevoelens er mogen zijn, dat pauze nemen oké is en dat verbinding begint bij jezelf kunnen voelen.
Door beter voor haar eigen zenuwstelsel te zorgen, wordt ze weer voelbaar voor hem. Haar blik wordt warmer. Haar stem zachter. Haar aanwezigheid echter.
En haar zoontje? Die ontspant mee.
