
Het groene gebied leren bewonen – Over neuroplasticiteit, glimmers en thuiskomen in jezelf
Het voelt voor deze volwassen vrouw met een bewogen jeugd bijna onvoorstelbaar: het idee dat het groene gebied — het ventrale vagale systeem van kalmte, veiligheid en samen — al in haar aanwezig is. Alsof dat deel voor anderen is weggelegd. Niet voor haar. En toch is het er. Niet omdat ze er al vaak geweest is, maar omdat het biologisch is aangelegd.
Het groene gebied helpt ons om ons veilig te voelen, verbinding aan te gaan, nieuwsgierig te zijn en onszelf te ervaren als “oké”. Wanneer je opgroeit in een omgeving waar veiligheid en afstemming schaars waren, heeft dit systeem simpelweg weinig oefening gehad. Niet omdat je iets fout deed, maar omdat je zenuwstelsel zich slim aanpaste om te overleven.
Ze wil zo graag. Verbinding voelen. Rust ervaren. Thuiskomen in zichzelf. En dus zet ze grote stappen. Soms te groot. Wanneer het niet lukt, raakt ze teleurgesteld. In zichzelf. In het proces.
Haar zenuwstelsel, dat nog weinig ventrale ervaring kent, brengt haar vooral naar het oranje gebied van energie en beweging (doen, vechten, overpresteren) en het ijsblauwe gebied van leeg en afwezig (somber, afsluiten, leegte). Het voelt als een terugval en falen.
Ons brein en zenuwstelsel heeft echter het vermogen om te veranderen door herhaalde ervaring (neuroplasticiteit). Niet door inzicht alleen, maar door geleefde momenten van veiligheid. Het groene gebied groeit niet door grote doorbraken, maar door kleine, herhaalbare ervaringen. Door het verzamelen van wat Deb Dana glimmers noemt: micromomenten van veiligheid en verbinding.
Een vriendelijke groet van een voorbijganger.
De zon op haar gezicht in het bos.
Het ritme van haar adem terwijl ze wandelt.
Een moment waarin ze zich nét iets minder gespannen voelt.
Elke glimmer zegt: het is veilig genoeg. En veiligheid is de voedingsbodem voor verandering. Ze hoeft het groene gebied niet te bereiken. Ze mag het opbouwen. Door kleine stapjes te nemen. Door haar verwachtingen te verkleinen en haar aandacht te verfijnen. Door niet te vragen: “Waarom kan ik dit nog niet?” maar: “Wat is er nu een beetje mogelijk?”
Langzaam leert haar zenuwstelsel dat verbinding niet gevaarlijk hoeft te zijn. Dat ze niet hoeft te verdwijnen om erbij te horen. Dat ze zichzelf mag voelen zonder overspoeld te raken.
Onder al haar bescherming ligt een diep verlangen: verbinding met anderen én met haar ware ik.
Elke keer dat ze een glimmer opmerkt, kiest ze voor zichzelf.
Elke keer dat ze mild blijft wanneer ze terugschiet, verdiept ze veiligheid.
Elke keer dat ze blijft, ook al is het spannend, groeit er iets nieuws.
Zo leert ze, stap voor stap, dat het groene gebied geen verre bestemming is, maar een plek die langzaam in haar mag ontstaan. 💚
